Engels / Alledaagse grammatica

De Engelse present continuous

Beginner

Maak de present continuous met am, is of are plus een vorm op ing: I am working. Gebruik deze constructie voor een activiteit die aan de gang is, een tijdelijke situatie rond het heden of een toekomstige afspraak als de context die toekomstige betekenis duidelijk maakt. Kies de vorm van be op basis van het onderwerp en maak daarna de vorm voor de activiteit. Ontkenningen zetten not na be en vragen zetten be vóór het onderwerp. Vergelijk de constructie met de simple present, vooral bij werkwoorden voor kennis, bezit en voorkeuren. Betekenis is belangrijker dan het herkennen van één tijdswoord.

Probeer de uitdaging Lees de uitleg ↓Uitleg in het Nederlands · Engelse voorbeelden

Gebruik twee onderdelen voor een activiteit die aan de gang is

De present continuous bevat een vorm van be in de tegenwoordige tijd en een vorm voor de activiteit op ing. Beide onderdelen zijn nodig in een gewone volledige mededeling. Het onderwerp bepaalt het eerste deel: I am, she is en we are. De activiteit bepaalt het tweede deel: reading, cooking of waiting. Daarmee kun je beschrijven wat er gebeurt terwijl je spreekt, ook als dat slechts één deel van een langere activiteit is. I am reading a book betekent niet dat het hele boek uit is. Het zegt ook niet hoe vaak de spreker leest. Een fotobeschrijving gebruikt deze constructie vaak, omdat ze een activiteit binnen het tafereel als zichtbaar of gaande presenteert. Bepaal eerst afzonderlijk de persoon en de handeling.

I am reading a message.

De spreker is nu een bericht aan het lezen.

Het onderwerp in de eerste persoon enkelvoud vereist am. Reading noemt de activiteit. Het hulpwerkwoord is ook nodig, omdat reading alleen geen volledig werkwoord in de tegenwoordige tijd is.

The children are playing.

De kinderen zijn op dit moment aan het spelen.

Het meervoudige onderwerp heeft are al, dus het tweede deel moet de vorm op ing zijn. De zin beschrijft een activiteit die nu aan de gang is, geen algemene gewoonte.

Bronnen bij deze uitleg

Maak veelvoorkomende schrijfwijzen op ing zorgvuldig

Bij veel werkwoorden voeg je ing direct toe: read wordt reading en cook wordt cooking. Veelvoorkomende werkwoorden die op een niet uitgesproken e eindigen verliezen die meestal, zoals in make en making. Sommige korte werkwoorden verdubbelen de laatste medeklinker, zoals in sit en sitting. Dit zijn nuttige patronen, maar het spellingsysteem kent uitzonderingen, en sommige regels hangen af van welke lettergreep de klemtoon krijgt; verdubbel niet de laatste letter van elk werkwoord. Leer elke activiteit als een klein vormenpaar voordat je die in een zin zet. De spellingveranderingen horen bij het activiteitswoord, terwijl de grammaticale overeenstemming op be blijft. Controleer bij twijfel de geschreven vorm in een woordenboek in plaats van het hulpwerkwoord te veranderen om onzekerheid over de spelling te compenseren. De voorbeelden hier beperken de spellingoefening tot veelvoorkomende, ondubbelzinnige vormen.

She is making lunch.

De persoon is nu de lunch aan het klaarmaken.

De niet uitgesproken laatste e van make verdwijnt vóór ing in dit veelvoorkomende spellingpatroon. Is komt overeen met het onderwerp en making noemt de activiteit die aan de gang is.

We are sitting near the door.

De groep zit nu bij de deur.

Het veelvoorkomende korte werkwoord sit verdubbelt zijn laatste medeklinker in sitting. Het onderwerp we krijgt are, en de woordgroep near the door vertelt waar de tijdelijke situatie geldt.

Volg een volledig voorbeeld

Maak een zin met deze betekenis: de persoon is nu de lunch aan het klaarmaken. Bepaal vóór je het antwoord bekijkt welke informatie de grammaticale keuze bepaalt.

  1. Bepaal eerst de boodschap: de persoon is nu de lunch aan het klaarmaken. Houd die boodschap gelijk terwijl je vormen vergelijkt. Een zin kan grammaticaal juist zijn en toch iets anders zeggen, dus de betekenis telt mee bij je keuze.
  2. De niet uitgesproken laatste e van make verdwijnt vóór ing in dit veelvoorkomende spellingpatroon. Is komt overeen met het onderwerp en making noemt de activiteit die aan de gang is.
  3. Lees nu de volledige zin: She is making lunch. Controleer ook de woorden rond je keuze. Leg uit wat er zou veranderen bij een ander onderwerp of een andere boodschap. Dek daarna dit voorbeeld af en maak de zin opnieuw aan de hand van de betekenis.

She is making lunch. De persoon is nu de lunch aan het klaarmaken.

Bronnen bij deze uitleg

Ontken het hulpwerkwoord en behoud de activiteit

Zet not na de vorm van be om een activiteit te ontkennen: She is not working. Veelvoorkomende samentrekkingen zijn isn’t, aren’t en I’m not. De activiteit houdt de vorm op ing. Voeg geen don’t toe aan de continuousconstructie; dat hulpwerkwoord hoort bij een ander werkwoordspatroon. Een ontkenning contrasteert vaak de verwachte activiteit met wat er werkelijk gebeurt, dus een nuttig antwoord kan doorgaan met een andere deelzin. I’m not sleeping. I’m reading corrigeert een verkeerde aanname. Let op waarop de ontkenning betrekking heeft: not working today kan betekenen dat iemand een vrije dag neemt, terwijl not working in the kitchen kan betekenen dat iemand elders werkt. De woorden na het werkwoord helpen bepalen welk deel van de situatie de spreker ontkent.

She isn’t working today.

Zij werkt vandaag niet.

De ontkennende samentrekking combineert is en not. Today kan een tijdelijke afwezigheid van het werk beschrijven zonder te suggereren dat de persoon geen baan heeft of nooit werkt.

I’m not sleeping.

De spreker ontkent op dit moment te slapen.

De samentrekking bevat I am al, gevolgd door not. De overblijvende activiteit moet de vorm op ing houden, zodat de ontkenning dezelfde tweedelige structuur heeft als de bevestigende zin.

Bronnen bij deze uitleg

Verplaats be om een directe vraag te stellen

Een vraag waarop je ja of nee kunt antwoorden zet am, is of are vóór het onderwerp. De rest van de zin behoudt zijn normale volgorde: Are you listening? Het antwoord kan alleen het hulpwerkwoord herhalen, zoals in Yes, I am of No, I’m not. Het voornaamwoord en hulpwerkwoord moeten het perspectief van de antwoordende persoon weergeven, dus een vraag met you are kan een antwoord met I am krijgen. Voeg voor een informatievraag het vraagwoord vooraan toe: Where are they going? Dit vraagt naar een bestemming en niet om een oordeel met ja of nee. Het werkwoord go kan een beweging nu beschrijven, terwijl andere continuouszinnen het voor een afspraak gebruiken; de context bepaalt dat onderscheid. Richt je eerst op het juist vormen van de directe vraag.

Are you listening?

Vraag of de luisteraar nu oplet.

Are gaat vóór het onderwerp staan om de directe vraag te vormen. Listening blijft na het onderwerp staan en de vraag gaat over de huidige activiteit in plaats van een algemene gewoonte.

Are you waiting? Yes, I am.

Bevestig dat je nu aan het wachten bent.

Het korte antwoord gebruikt het hulpwerkwoord uit de vraag in de vorm van de eerste persoon van degene die antwoordt. De activiteit kan wegblijven, omdat waiting al in de vraag staat.

Bronnen bij deze uitleg

Vergelijk een huidige activiteit met een routine

De simple present presenteert gewoonlijk gewoonten en algemene feiten, terwijl de present continuous een activiteit als gaande of tijdelijk presenteert. I work at a café beschrijft een baan of vaste situatie; I am working at a café this week presenteert de situatie als tijdelijk. Geen van beide vormen zegt dat een feit eeuwig zal gelden. Een tijdsaanduiding kan de interpretatie sturen, maar is geen mechanisch voorschrift. Every day hoort vaak bij een routine, maar een spreker kan een tijdelijke herhaalde activiteit beschrijven met een continuousvorm en een ruimer tijdskader. Gebruik de betekenis en het perspectief van de spreker. De aanwijzingen in deze oefeningen noemen expliciet een vaste gewoonte of een activiteit die nu plaatsvindt, zodat de keuze niet afhangt van het raden van een ongenoemde context.

Listen! Someone is knocking at the door.

Beschrijf het kloppen dat op dit moment hoorbaar is.

Het woord Listen! laat zien dat de activiteit nu aan de gang is. Het enkelvoudige onderwerp krijgt is, gevolgd door de activiteit in de vorm op ing.

She usually walks to work.

Beschrijf haar vaste routine met de gewone simple present.

Usually geeft frequentie aan in deze expliciete beschrijving van een gewoonte. Het hoofdwerkwoord in de derde persoon enkelvoud krijgt zijn tegenwoordige uitgang, omdat de zin geen hulpwerkwoord voor de continuous bevat.

Bronnen bij deze uitleg

Herken toestandsbetekenissen die zelden de continuous krijgen

Werkwoorden voor weten, geloven, willen en bezitten gebruiken gewoonlijk de simple present wanneer ze toestanden uitdrukken. Zeg I know the answer en She owns a bicycle in gewone neutrale beschrijvingen. Dit is een tendens die samenhangt met de betekenis en geen vaste regel per werkwoord. Think kan een mening uitdrukken in I think it is useful of een actief proces in I am thinking about the problem. Zo kan ook een werkwoord als have de continuous krijgen wanneer het een ervaring of activiteit beschrijft in plaats van bezit. Leer als beginner eerst de gewone uitdrukking voor een toestand en let daarna op betekenisveranderingen in echte voorbeelden. Voeg niet alleen be toe omdat een toestand nu geldt. De simple present kan iets beschrijven dat waar is op het moment van spreken.

I know the answer.

Zeg op de gewone manier dat het antwoord je duidelijk is.

Weten wordt als een toestand gepresenteerd, dus de neutrale uitdrukking gebruikt de simple present. Dat iets nu waar is, is geen voldoende reden om bij elk werkwoord de continuous te gebruiken.

I am thinking about your question.

Beschrijf een actief proces van nadenken over de vraag op dit moment.

Hier noemt think de activiteit van het nadenken, dus de continuous past. De betekenis verschilt van alleen een mening hebben, zoals in I think the answer is correct.

Probeer de redenering met minder hulp

Maak een zin met deze betekenis: zeg op de gewone manier dat het antwoord je duidelijk is. Bepaal vóór je het antwoord bekijkt welke informatie de grammaticale keuze bepaalt.

  1. Bepaal eerst de boodschap: zeg op de gewone manier dat het antwoord je duidelijk is. Houd die boodschap gelijk terwijl je vormen vergelijkt. Een zin kan grammaticaal juist zijn en toch iets anders zeggen, dus de betekenis telt mee bij je keuze.
  2. Weten wordt als een toestand gepresenteerd, dus de neutrale uitdrukking gebruikt de simple present. Dat iets nu waar is, is geen voldoende reden om bij elk werkwoord de continuous te gebruiken.
  3. Lees nu de volledige zin: I know the answer. Controleer ook de woorden rond je keuze. Leg uit wat er zou veranderen bij een ander onderwerp of een andere boodschap. Dek daarna dit voorbeeld af en maak de zin opnieuw aan de hand van de betekenis.
Vergelijk je redenering

I know the answer. Zeg op de gewone manier dat het antwoord je duidelijk is.

Bronnen bij deze uitleg

Gebruik de continuous voor een duidelijke toekomstige afspraak

De present continuous kan ook een afgesproken toekomstige gebeurtenis beschrijven: We are meeting Ana tomorrow. Een toekomstige tijdsaanduiding of gedeelde context voorkomt dat de luisteraar de ontmoeting opvat als iets dat nu gebeurt. Dit suggereert vaak dat er al praktische afspraken zijn, al bewijst de grammatica niet dat een boeking of overeenkomst gegarandeerd is. Vergelijk een persoonlijke afspraak met een vast rooster in de simple present en een plan met going to. Deze vormen kunnen overlappen, dus behandel zonder expliciete aanwijzing niet één toekomstzin als de enige grammaticale mogelijkheid. Vragen die in deze les om de continuous vragen toetsen de structuur ervan. Ze vragen je niet elke andere betekenisvolle manier om dezelfde toekomstige gebeurtenis te bespreken af te wijzen.

We are meeting Ana tomorrow.

Gebruik de present continuous voor een afgesproken ontmoeting morgen.

Het tijdwoord tomorrow bepaalt de tijd, terwijl are meeting een afspraak presenteert. De constructie heeft nog steeds een vorm op ing nodig, ook al is de gebeurtenis nog niet begonnen.

What are you doing on Saturday?

Vraag met een vraag in de continuous naar de afspraken van de luisteraar voor zaterdag.

Het vraagwoord komt eerst, het hulpwerkwoord staat vóór het onderwerp en de activiteit houdt de vorm op ing. On Saturday maakt de toekomstige afspraak duidelijk.

Bronnen bij deze uitleg

Let op het verschil

Veelgemaakte fouten

Behoud het hulpwerkwoord in de zin

In plaats vanShe working today.

Voor deze betekenisShe is working today.

Een vorm op ing alleen is in deze standaardmededeling geen volledig werkwoord in de tegenwoordige tijd. Voeg de vorm van be toe die overeenkomt met het onderwerp. Herstel dit niet door een tegenwoordige uitgang aan working toe te voegen. De twee delen hebben verschillende taken: is verbindt de constructie met het onderwerp en working noemt de activiteit.

Gebruik be voor de vraag in de continuous

In plaats vanDo you waiting?

Voor deze betekenisAre you waiting?

De zin vraagt naar een activiteit die aan de gang is. Die constructie gebruikt be en in een directe vraag gaat het hulpwerkwoord vóór het onderwerp staan. Do you wait is grammaticaal juist in een andere vraag in de simple present, maar alleen het hulpwerkwoord vervangen en waiting behouden levert een ongeldige combinatie op.

Dwing niet elke huidige toestand in de continuous

In plaats vanI am knowing her name.

Voor deze betekenisI know her name.

De gewone betekenis van weten krijgt de simple present, ook als die kennis nu geldt. Een tijdsaanduiding kan de normale werking van een werkwoordsbetekenis niet opzijzetten. Leer deze neutrale uitdrukking voor een toestand als geheel en herken tegelijk dat sommige andere werkwoorden continuousvormen toelaten wanneer hun betekenis actief of tijdelijk wordt.

Van begrijpen naar gebruiken

Maak je eigen voorbeeld.

Probeer dit zonder antwoordopties. Zeg je antwoord hardop of schrijf het hieronder en vergelijk daarna je redenering met het model.

Jouw beurt 1

Een vriend of vriendin belt je. Je hebt eten op het vuur staan en je zus heeft een boek open voor zich liggen. Vertel je vriend of vriendin wat jij en je zus op dit moment aan het doen zijn.

Vergelijk met een model

I am cooking now. My sister is reading.

De spreker en de zus zijn elk met een activiteit bezig.

Kies het hulpwerkwoord voor elk onderwerp afzonderlijk. De spreker krijgt am, terwijl bij het enkelvoudige onderwerp my sister de vorm is hoort. Beide activiteiten gebruiken een vorm op ing. De zinnen beschrijven de huidige situatie zonder te stellen dat een van de activiteiten een dagelijkse routine is. Je kunt I am en my sister is in geschikte zinnen samentrekken, maar geen van beide samentrekkingen neemt de noodzaak van de vorm voor de activiteit weg.

  • Zegt je antwoord wat de opdracht vroeg?
  • Komt de vorm overeen met de persoon of het zelfstandig naamwoord in je boodschap?
  • Kun je je keuze uitleggen voordat je het model bekijkt?

Jouw beurt 2

Je hebt afgesproken om Sam morgen te ontmoeten. Schrijf de afspraak in de present continuous en vraag daarna of je vriend of vriendin ook komt.

Vergelijk met een model

I am meeting Sam tomorrow. Are you coming too?

De spreker noemt de afspraak voor morgen en vraagt of de luisteraar meegaat.

Tomorrow geeft beide deelzinnen in dit korte gesprek een toekomstig tijdskader. De mededeling zet het onderwerp vóór het hulpwerkwoord, terwijl de directe vraag die twee onderdelen omdraait. Elke activiteit houdt de vorm op ing. Het woord too verwijst terug naar de genoemde afspraak. Een andere toekomstconstructie kan ook betekenisvol zijn, maar deze taak oefent specifiek de present continuous.

  • Zegt je antwoord wat de opdracht vroeg?
  • Komt de vorm overeen met de persoon of het zelfstandig naamwoord in je boodschap?
  • Kun je je keuze uitleggen voordat je het model bekijkt?

Breng het in de praktijk

Maak de volgende keuze.

14 vragen · Zonder tijdslimiet

Kies een antwoord en ontdek waarom het past. Je score is gebaseerd op je eerste antwoord op elke vraag. Je kunt terugkomen op alles wat je fout had.

Kies een antwoord en open daarna de uitleg om je redenering te controleren.

Vraag 1

Maak de zin af voor deze betekenis: de spreker begon zojuist een bericht te lezen en leest nog steeds.

I ___ reading a message.

  • am
  • is
Controleer het antwoord

Antwoord: am

am: Het onderwerp in de eerste persoon enkelvoud vereist am. Reading noemt de activiteit. Het hulpwerkwoord is ook nodig, omdat reading alleen geen volledig werkwoord in de tegenwoordige tijd is.

is: Is komt niet overeen met het onderwerp I. De vorm voor de activiteit blijft gelijk, maar het hulpwerkwoord moet passen bij de persoon die het onderwerp noemt.

Vraag 2

Maak de zin af voor deze betekenis: op dit moment zijn de kinderen midden in een spelletje.

The children are ___.

  • play
  • playing
Controleer het antwoord

Antwoord: playing

play: Een basisvorm na are vormt geen present continuous. Maak are playing voor de huidige activiteit of gebruik play in een andere zin in de simple present.

playing: Het meervoudige onderwerp heeft are al, dus het tweede deel moet de vorm op ing zijn. De zin beschrijft een activiteit die nu aan de gang is, geen algemene gewoonte.

Vraag 3

Maak de zin af voor deze betekenis: de persoon is nu de lunch aan het klaarmaken.

She is ___ lunch.

  • making
  • makeing
Controleer het antwoord

Antwoord: making

making: De niet uitgesproken laatste e van make verdwijnt vóór ing in dit veelvoorkomende spellingpatroon. Is komt overeen met het onderwerp en making noemt de activiteit die aan de gang is.

makeing: Deze spelling behoudt een e die in making verdwijnt. Het probleem zit in het activiteitswoord en niet in de grammaticale overeenstemming van het hulpwerkwoord.

Vraag 4

Maak de zin af voor deze betekenis: de groep zit nu bij de deur.

We are ___ near the door.

  • siting
  • sitting
Controleer het antwoord

Antwoord: sitting

siting: Siting is een ander woord dat te maken heeft met het kiezen van een locatie. Het drukt niet de bedoelde zittende houding uit; de vorm op ing daarvoor is sitting.

sitting: Het veelvoorkomende korte werkwoord sit verdubbelt zijn laatste medeklinker in sitting. Het onderwerp we krijgt are, en de woordgroep near the door vertelt waar de tijdelijke situatie geldt.

Vraag 5

Maak de zin af voor deze betekenis: vandaag heeft zij een vrije dag.

She ___ working today.

  • isn’t
  • doesn’t
Controleer het antwoord

Antwoord: isn’t

isn’t: De ontkennende samentrekking combineert is en not. Today kan een tijdelijke afwezigheid van het werk beschrijven zonder te suggereren dat de persoon geen baan heeft of nooit werkt.

doesn’t: Het ontkennende hulpwerkwoord doesn’t kan niet met working deze continuousvorm maken. Het vereiste hulpwerkwoord is be en de ontkenning hoort direct na dat hulpwerkwoord.

Vraag 6

Maak de zin af voor deze betekenis: de spreker ontkent op dit moment te slapen.

I’m not ___.

  • sleep
  • sleeping
Controleer het antwoord

Antwoord: sleeping

sleep: Een basisvorm kan deze werkwoordsgroep in de present continuous niet compleet maken. De ontkenning heft de vereiste vorm op ing na be niet op.

sleeping: De samentrekking bevat I am al, gevolgd door not. De overblijvende activiteit moet de vorm op ing houden, zodat de ontkenning dezelfde tweedelige structuur heeft als de bevestigende zin.

Vraag 7

Maak de zin af voor deze betekenis: vraag of de luisteraar nu oplet.

___ you listening?

  • Are
  • Do
Controleer het antwoord

Antwoord: Are

Are: Are gaat vóór het onderwerp staan om de directe vraag te vormen. Listening blijft na het onderwerp staan en de vraag gaat over de huidige activiteit in plaats van een algemene gewoonte.

Do: Do is niet het hulpwerkwoord voor deze constructie. Een vraag in de simple present zou een basisvorm nodig hebben, maar de zichtbare vorm op ing hoort bij een vorm van be.

Vraag 8

Maak de zin af voor deze betekenis: bevestig dat je nu aan het wachten bent.

Are you waiting? Yes, I ___.

  • do
  • am
Controleer het antwoord

Antwoord: am

do: Het gewone korte antwoord behoudt be en gaat niet over op do. Het juiste hulpwerkwoord behouden houdt de constructie intact en voorkomt dat je antwoordt alsof de vraag de simple present gebruikte.

am: Het korte antwoord gebruikt het hulpwerkwoord uit de vraag in de vorm van de eerste persoon van degene die antwoordt. De activiteit kan wegblijven, omdat waiting al in de vraag staat.

Vraag 9

Maak de zin af voor deze betekenis: beschrijf het geluid bij de deur dat je nu kunt horen.

Listen! Someone ___ at the door.

  • is knocking
  • knocks
Controleer het antwoord

Antwoord: is knocking

is knocking: Het woord Listen! laat zien dat de activiteit nu aan de gang is. Het enkelvoudige onderwerp krijgt is, gevolgd door de activiteit in de vorm op ing.

knocks: De gewone vorm presenteert meestal een herhaalde of algemene gebeurtenis. Ze past niet bij de gevraagde beschrijving van de hoorbare activiteit die nu bij de deur plaatsvindt.

Vraag 10

Maak de zin af voor deze betekenis: beschrijf haar vaste routine met de gewone simple present.

She usually ___ to work.

  • is walk
  • walks
Controleer het antwoord

Antwoord: walks

is walk: Dit is geen geldig alternatief in de continuous. Een vorm van be zou walking nodig hebben; de gevraagde gewone routine wordt hier uitgedrukt met de volledige vorm walks in de simple present.

walks: Usually geeft frequentie aan in deze expliciete beschrijving van een gewoonte. Het hoofdwerkwoord in de derde persoon enkelvoud krijgt zijn tegenwoordige uitgang, omdat de zin geen hulpwerkwoord voor de continuous bevat.

Vraag 11

Maak de zin af voor deze betekenis: zeg op de gewone manier dat het antwoord je duidelijk is.

I ___ the answer.

  • know
  • am knowing
Controleer het antwoord

Antwoord: know

know: Weten wordt als een toestand gepresenteerd, dus de neutrale uitdrukking gebruikt de simple present. Dat iets nu waar is, is geen voldoende reden om bij elk werkwoord de continuous te gebruiken.

am knowing: Dit is niet de gewone neutrale constructie voor kennis. De aanwijzing vraagt om de normale betekenis van een toestand, niet om een bijzonder of creatief gebruik.

Vraag 12

Maak de zin af voor deze betekenis: beschrijf een actief proces van nadenken over de vraag op dit moment.

I am ___ about your question.

  • think
  • thinking
Controleer het antwoord

Antwoord: thinking

think: Het hulpwerkwoord am vereist in deze constructie een vorm op ing. De basisvorm think na am drukt niet het bedoelde voortgaande proces uit.

thinking: Hier noemt think de activiteit van het nadenken, dus de continuous past. De betekenis verschilt van alleen een mening hebben, zoals in I think the answer is correct.

Vraag 13

Maak de zin af voor deze betekenis: gebruik de present continuous voor de afspraak van je groep om Ana morgen te zien.

We are ___ Ana tomorrow.

  • meeting
  • meet
Controleer het antwoord

Antwoord: meeting

meeting: Het tijdwoord tomorrow bepaalt de tijd, terwijl are meeting een afspraak presenteert. De constructie heeft nog steeds een vorm op ing nodig, ook al is de gebeurtenis nog niet begonnen.

meet: Een basisvorm na are maakt niet de gevraagde continuousuitdrukking. De toekomstige betekenis heft de gewone grammaticale eis niet op.

Vraag 14

Maak de zin af voor deze betekenis: vraag met een vraag in de continuous naar de afspraken van de luisteraar voor zaterdag.

What ___ on Saturday?

  • you are doing
  • are you doing
Controleer het antwoord

Antwoord: are you doing

you are doing: Die woordvolgorde kan voorkomen als de vraag deel is van een langere zin, maar is niet het gewone directe vraagpatroon dat hier wordt gevraagd. Zet het hulpwerkwoord vóór het onderwerp.

are you doing: Het vraagwoord komt eerst, het hulpwerkwoord staat vóór het onderwerp en de activiteit houdt de vorm op ing. On Saturday maakt de toekomstige afspraak duidelijk.

Houd het gesprek gaande

Wat je hierna kunt oefenen

Ga na een pauze terug naar je eigen voorbeelden hierboven en doe elke opdracht opnieuw zonder naar de modellen te kijken. Vergelijk de betekenis en de vorm met de modellen en verbeter elke fout door de oorzaak uit te leggen. Gebruik daarna een van je zinnen in een kort gesprek dat je zelf bedenkt.

Door Loquus ·

Bronnen

Leeronderzoek achter de oefeningen

De activiteiten zijn gebaseerd op uitgewerkte voorbeelden, het actief ophalen van kennis en latere herhaling. Deze studies tonen niet aan hoe effectief deze specifieke les is.

Vragen en gesprek

Deel een vraag, een voorbeeld of je feedback. Gebruik een weergavenaam in plaats van persoonlijke gegevens. Namen zijn niet geverifieerd. Reacties en antwoorden verschijnen na moderatie.

Je naam, reactie en het tijdstip van inzenden worden opgeslagen voor moderatie en publicatie. We vragen niet om je mailadres. Om spam te helpen beperken, bewaren we tijdelijk een gecodeerde identificatiecode voor misbruikpreventie. Goedgekeurde reacties blijven openbaar totdat ze worden verwijderd. Neem contact op met Loquus ondersteuning om verwijdering aan te vragen.

Loquus in jouw taal

Kies de taal van de website