Engels / Grammatica

Am, is en are

Beginner

Gebruik am bij I, is bij een enkelvoudig onderwerp zoals she en are bij you, we, they of een meervoudig onderwerp. Deze vormen van be verbinden het onderwerp met een identiteit, beschrijving of locatie. Zet not na het werkwoord voor een ontkenning. Zet het werkwoord vóór het onderwerp voor een vraag. Trek in een bevestigend kort antwoord het werkwoord niet samen: zeg Yes, I am, niet Yes, I’m.

Probeer de uitdaging Lees de uitleg ↓Uitleg in het Nederlands · Engelse voorbeelden

Verbind een persoon met informatie

Een volledige Engelse mededeling heeft normaal zowel een onderwerp als een werkwoord nodig. Een naam met alleen een beroep erna, zonder werkwoord, is geen volledige zin. Het werkwoord be verbindt de persoon met informatie over die persoon. Het kan een beroep, gevoel, herkomst of locatie inleiden. Het Engels gebruikt hetzelfde werkwoord voor blijvende en tijdelijke eigenschappen. Iemand kan korte tijd leraar zijn of lange tijd moe zijn en toch hetzelfde werkwoord gebruiken. Bepaal wie het onderwerp is voordat je de vorm van be kiest.

I am a student.

De spreker is student.

De spreker is het onderwerp, dus de zin gebruikt I. Het werkwoord am hoort alleen bij I. Student is een telbaar zelfstandig naamwoord in het enkelvoud (een zelfstandig naamwoord voor één persoon of ding dat je kunt tellen), dus het heeft het lidwoord a nodig.

Nora is tired.

Nora voelt zich moe.

De naam van één persoon krijgt dezelfde werkwoordsvorm als een persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon enkelvoud. Het bijvoeglijk naamwoord beschrijft haar toestand. Daar staat geen lidwoord voor, omdat het geen telbaar zelfstandig naamwoord in het enkelvoud is.

Bronnen bij deze uitleg

Pas het werkwoord aan het onderwerp aan, niet aan het dichtstbijzijnde woord

Zoek eerst het onderwerp: de persoon of zaak waarover de zin gaat. De basisvormen zijn I am, you are, he is, she is, it is, we are en they are. Gebruik are bij you voor één persoon en voor een groep. Twee onderwerpen verbonden met and vormen meestal een meervoudig onderwerp, dat are krijgt. Er kunnen andere woorden tussen het onderwerp en het werkwoord staan. In The box of pencils is blue is the box het onderwerp, dus krijgt het is. Het woord pencils staat dichter bij het werkwoord, maar is niet het onderwerp.

You are early.

De luisteraar is vroeg aangekomen.

Hier praat de spreker tegen één persoon. Gebruik are bij you voor één persoon en voor een groep. Gebruik nooit is bij you.

Lena and Omar are here.

Lena en Omar zijn allebei hier.

Twee namen verbonden met and vormen een meervoudig onderwerp, dat are krijgt. De zin zegt waar beide personen zijn. Here heeft geen lidwoord nodig. Laat het werkwoord tussen het onderwerp en here niet weg.

Volg een volledig voorbeeld

Maak een zin met deze betekenis: de luisteraar is vroeg aangekomen. Bepaal vóór je het antwoord bekijkt welke informatie de grammaticale keuze bepaalt.

  1. Bepaal eerst de boodschap: de luisteraar is vroeg aangekomen. Houd die boodschap gelijk terwijl je vormen vergelijkt. Een zin kan grammaticaal juist zijn en toch iets anders zeggen, dus de betekenis telt mee bij je keuze.
  2. Hier praat de spreker tegen één persoon. Gebruik are bij you voor één persoon en voor een groep. Gebruik nooit is bij you.
  3. Lees nu de volledige zin: You are early. Controleer ook de woorden rond je keuze. Leg uit wat er zou veranderen bij een ander onderwerp of een andere boodschap. Dek daarna dit voorbeeld af en maak de zin opnieuw aan de hand van de betekenis.

You are early. De luisteraar is vroeg aangekomen.

Bronnen bij deze uitleg

Gebruik samentrekkingen in een volledige mededeling

Samentrekkingen combineren een voornaamwoord met een vorm van be. De apostrof (’) laat zien waar letters ontbreken: I’m, you’re, he’s, she’s, it’s, we’re en they’re. Ze zijn gewoon in gesprekken en veel informele berichten. Een samentrekking is geen andere tijd of een minder stellige mededeling. Schrijf altijd de apostrof, want zonder apostrof worden sommige samentrekkingen andere woorden: it’s wordt its en we’re wordt were. Your duidt bezit aan, maar you’re betekent you are. Controleer een samentrekking door hem uit te schrijven als twee volledige woorden. Als die woorden niet in de zin passen, is de spelling waarschijnlijk verkeerd.

You’re in room six.

Je bent in kamer zes.

De volledige vorm is you are: een onderwerp en een werkwoord in de tegenwoordige tijd, gevolgd door een plaats. De zin vertelt de luisteraar waar die is. Vergeet de apostrof niet, want your is een ander woord, dat bezit aanduidt.

They’re my neighbors.

Zij zijn mijn buren.

They’re bevat zowel het meervoudige onderwerp als het werkwoord: they are. De woordgroep my neighbors zegt wie die mensen zijn. In veel accenten klinkt they’re als their, dat bezit aanduidt, en there, dat naar een plaats verwijst. Het zijn verschillende woorden met verschillende schrijfwijzen.

Bronnen bij deze uitleg

Maak het werkwoord ontkennend zonder do toe te voegen

Zet not na am, is of are. Je kunt de woorden los laten staan of een gebruikelijke samentrekking gebruiken. She is not, she’s not en she isn’t drukken dezelfde ontkennende basisbetekenis uit. Bij I is de gebruikelijke samentrekking I’m not. In het Amerikaanse standaardengels wordt amn’t normaal niet gebruikt. Maak deze zinnen niet met do of does. Die hulpwerkwoorden horen bij een ander patroon, met gewone werkwoorden zoals work. Vergelijk She isn’t tired met She doesn’t work here.

I am not late.

De spreker ontkent te laat te zijn.

Not staat direct na am. Behoud zowel het onderwerp als het werkwoord. De volgorde blijft gelijk als er een langere woordgroep na not volgt, zoals een gevoel, een beroep of een plaats.

The shops aren’t open.

De winkels zijn gesloten.

Het onderwerp verwijst naar meerdere winkels, dus de ontkennende samentrekking bevat de meervoudsvorm. Het bijvoeglijk naamwoord wordt hetzelfde gespeld bij één winkel als bij meerdere. Engelse bijvoeglijke naamwoorden krijgen geen meervoudsuitgang.

Bronnen bij deze uitleg

Maak van een mededeling een vraag

Zet voor een eenvoudige vraag de vorm van be vóór het onderwerp. You are ready wordt Are you ready? De rest van de beschrijving blijft staan. Gebruik bij het schrijven een vraagteken en bij het spreken een natuurlijke vraagintonatie. Vraagwoorden zoals where komen vóór het werkwoord: Where are you? Dit zijn vragen over een toestand of locatie, dus er komt geen extra do bij. In gesprekken houden mensen soms de volgorde van een mededeling aan en gebruiken ze een stijgende toon om verbazing te tonen of iets te controleren. Het neutrale vraagpatroon in deze les zet het werkwoord vóór het onderwerp.

Is the room quiet?

Vraag of de kamer rustig is.

Eén kamer is het onderwerp, dus de vraag begint met de enkelvoudsvorm Is. Het bijvoeglijk naamwoord quiet blijft na het onderwerp staan. Als onderwerp en werkwoord van plaats wisselen, wordt de mededeling The room is quiet een vraag over hetzelfde idee.

Where are the tickets?

Vraag waar de kaartjes zijn.

Het vraagwoord Where komt eerst. Daarna komt het werkwoord en dan het meervoudige onderwerp the tickets. Een meervoudig onderwerp krijgt are. Het antwoord is een plaats, geen ja of nee.

Bronnen bij deze uitleg

Behoud het volledige werkwoord in bevestigende korte antwoorden

Een kort antwoord herhaalt het onderwerp en het bijbehorende werkwoord in plaats van de hele beschrijving. Als iemand Are you ready? vraagt, kun je Yes, I am of No, I’m not antwoorden. Let erop dat het voornaamwoord verandert met het perspectief van de spreker. Bevestigende korte antwoorden eindigen nooit op een samentrekking: zeg Yes, she is, niet Yes, she’s. Ontkennende korte antwoorden kunnen eindigen op een samentrekking zoals isn’t of aren’t. Leer deze reacties als vaste patronen, niet als een langere zin die op een willekeurige plek is afgebroken.

Yes, I am.

Antwoord bevestigend als iemand vraagt of je klaar bent.

De vraag is aan jou gericht, maar je antwoordt over jezelf. Daarom gebruikt het antwoord het onderwerp in de eerste persoon en de bijbehorende werkwoordsvorm. Een bevestigend kort antwoord eindigt met het volledige werkwoord, ook wanneer een langere mededeling een samentrekking kan bevatten.

No, she isn’t.

Antwoord ontkennend als iemand vraagt of Nora thuis is.

Een ontkennend kort antwoord mag eindigen op de samentrekking isn’t. Het voornaamwoord she verwijst terug naar Nora. Je kunt at home weglaten, omdat de vraag het al noemde.

Probeer de redenering met minder hulp

Maak een zin met deze betekenis: antwoord bevestigend als iemand vraagt of je klaar bent. Bepaal vóór je het antwoord bekijkt welke informatie de grammaticale keuze bepaalt.

  1. Bepaal eerst de boodschap: antwoord bevestigend als iemand vraagt of je klaar bent. Houd die boodschap gelijk terwijl je vormen vergelijkt. Een zin kan grammaticaal juist zijn en toch iets anders zeggen, dus de betekenis telt mee bij je keuze.
  2. De vraag is aan jou gericht, maar je antwoordt over jezelf. Daarom gebruikt het antwoord het onderwerp in de eerste persoon en de bijbehorende werkwoordsvorm. Een bevestigend kort antwoord eindigt met het volledige werkwoord, ook wanneer een langere mededeling een samentrekking kan bevatten.
  3. Lees nu de volledige zin: Yes, I am. Controleer ook de woorden rond je keuze. Leg uit wat er zou veranderen bij een ander onderwerp of een andere boodschap. Dek daarna dit voorbeeld af en maak de zin opnieuw aan de hand van de betekenis.
Vergelijk je redenering

Yes, I am. Antwoord bevestigend als iemand vraagt of je klaar bent.

Bronnen bij deze uitleg

Gebruik be voor leeftijd en zet frequentiewoorden erna

Gebruik be om in het Engels iemands leeftijd aan te geven: I am twenty. Sommige talen gebruiken voor leeftijd een werkwoord dat have betekent, maar het Engels niet. Beschrijvingen kunnen bestaan uit een enkelvoudige beroepsaanduiding met een lidwoord, een bijvoeglijk naamwoord zonder lidwoord of een plaatsaanduiding. Zet een frequentiewoord als usually na be, zoals in We are usually early. Bij een gewoon werkwoord staat het normaal vóór het werkwoord. Deze les gaat over tegenwoordige vormen als hoofdwerkwoord. Later kom je be ook tegen als hulpwerkwoord in is working en in passieve constructies. Die patronen hebben hun eigen uitleg nodig.

She is twenty.

Zeg dat zij twintig jaar oud is.

Het Engels gebruikt be voor leeftijd. Het getal kan op zichzelf staan als de betekenis duidelijk is, of je kunt years old toevoegen. Het onderwerp she is derde persoon enkelvoud, dus het krijgt is.

We are usually early.

Zeg dat de groep waar je bij hoort meestal vroeg aankomt.

Een frequentiewoord zoals usually staat normaal na het hoofdwerkwoord be. De zin beschrijft een gewoonte, maar de werkwoordsvorm verandert niet. Voor een groep waarvan de spreker deel uitmaakt, is het onderwerp we, dat are krijgt.

Bronnen bij deze uitleg

Let op het verschil

Veelgemaakte fouten

Behoud het onderwerp

In plaats vanAm ready.

Voor deze betekenisI am ready.

Een volledige Engelse mededeling heeft een onderwerp nodig. Het werkwoord am hoort alleen bij I, maar het Engels heeft het woord I toch nodig in de zin. In sommige informele notities ontbreekt het onderwerp, maar oefen hier de volledige zin. Voeg het onderwerp weer toe voordat je een samentrekking kiest of een beschrijving toevoegt.

Gebruik een lidwoord bij een beroep

In plaats vanShe is teacher.

Voor deze betekenisShe is a teacher.

Teacher is een telbaar zelfstandig naamwoord in het enkelvoud voor een beroep, dus het heeft normaal een bepalend woord nodig: een woord zoals a, the of my. Het werkwoord zelf is juist. Voeg het onbepaalde lidwoord a toe. Een bijvoeglijk naamwoord zoals tired krijgt geen lidwoord. De regel hangt af van het soort woord na het werkwoord, niet van welk beroep het is.

Gebruik een handelingswerkwoord zonder be

In plaats vanI am work here.

Voor deze betekenisI work here.

Een handelingswerkwoord in de simple present heeft geen be ervoor nodig. Bepaal of je een toestand beschrijft met een bijvoeglijk naamwoord of een handeling vermeldt met een werkwoord zoals work. Voor een handeling die aan de gang is, gebruikt het Engels be met de vorm op ing van een werkwoord, maar dat is een ander patroon met een andere betekenis.

Van begrijpen naar gebruiken

Maak je eigen voorbeeld.

Probeer dit zonder antwoordopties. Zeg je antwoord hardop of schrijf het hieronder en vergelijk daarna je redenering met het model.

Jouw beurt 1

Stel jezelf voor als student, zeg waar je bent (de bibliotheek) en ontken dat je moe bent. Schrijf drie volledige mededelingen voordat je het model opent.

Vergelijk met een model

I am a student. I am in the library. I am not tired.

De spreker noemt de eigen rol en locatie en ontkent zich moe te voelen.

Alle drie de zinnen hebben hetzelfde onderwerp, I, dus het werkwoord blijft am. De woorden na het werkwoord volgen verschillende patronen: student heeft een lidwoord nodig, een plaats gebruikt een voorzetsel zoals in en een bijvoeglijk naamwoord zoals tired heeft geen lidwoord. De ontkenning voegt not toe na het werkwoord. Je kunt in elke zin de samentrekking I’m gebruiken zonder de boodschap te veranderen.

  • Zegt je antwoord wat de opdracht vroeg?
  • Komt de vorm overeen met de persoon of het zelfstandig naamwoord in je boodschap?
  • Kun je je keuze uitleggen voordat je het model bekijkt?

Jouw beurt 2

Vraag of twee vrienden klaar zijn. Geef daarna twee korte antwoorden over hen, eerst met ja en daarna met nee.

Vergelijk met een model

Are they ready? Yes, they are. No, they are not.

Vraag naar de vrienden en geef beide mogelijke antwoorden.

Het Engelse meervoudige voornaamwoord verwijst naar de twee vrienden. De vraag zet het werkwoord vóór dat onderwerp. Beide korte antwoorden keren terug naar de volgorde van een mededeling en het bevestigende antwoord houdt het laatste werkwoord onverkort. In het ontkennende antwoord kun je het werkwoord en het ontkennende woord ook samentrekken. Laat het Engelse bijvoeglijk naamwoord gelijk als je wisselt tussen één vriend en twee vrienden.

  • Zegt je antwoord wat de opdracht vroeg?
  • Komt de vorm overeen met de persoon of het zelfstandig naamwoord in je boodschap?
  • Kun je je keuze uitleggen voordat je het model bekijkt?

Breng het in de praktijk

Maak de volgende keuze.

14 vragen · Zonder tijdslimiet

Kies een antwoord en ontdek waarom het past. Je score is gebaseerd op je eerste antwoord op elke vraag. Je kunt terugkomen op alles wat je fout had.

Kies een antwoord en open daarna de uitleg om je redenering te controleren.

Vraag 1

Maak de zin af voor deze betekenis: de spreker studeert aan een school.

I ___ a student.

  • am
  • is
Controleer het antwoord

Antwoord: am

am: De spreker is het onderwerp, dus de zin gebruikt I. Het werkwoord am hoort alleen bij I. Student is een telbaar zelfstandig naamwoord in het enkelvoud (een zelfstandig naamwoord voor één persoon of ding dat je kunt tellen), dus het heeft het lidwoord a nodig.

is: Deze vorm hoort bij een onderwerp in de derde persoon enkelvoud, zoals een naam of she. Hij komt niet overeen met het onderwerp I.

Vraag 2

Maak de zin af voor deze betekenis: Nora voelt zich moe.

Nora ___ tired.

  • are
  • is
Controleer het antwoord

Antwoord: is

are: Deze vorm past bij een meervoudig onderwerp of you. De naam van één persoon vraagt hier om de vorm van de derde persoon enkelvoud.

is: De naam van één persoon krijgt dezelfde werkwoordsvorm als een persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon enkelvoud. Het bijvoeglijk naamwoord beschrijft haar toestand. Daar staat geen lidwoord voor, omdat het geen telbaar zelfstandig naamwoord in het enkelvoud is.

Vraag 3

Maak de zin af voor deze betekenis: de luisteraar kwam vroeg aan.

You ___ early.

  • are
  • is
Controleer het antwoord

Antwoord: are

are: Hier praat de spreker tegen één persoon. Gebruik are bij you voor één persoon en voor een groep. Gebruik nooit is bij you.

is: Ook als je maar tegen één persoon praat, gebruik je are bij you, nooit is. Bij you verandert het werkwoord niet met het aantal mensen.

Vraag 4

Maak de zin af voor deze betekenis: Lena en Omar kwamen allebei hier aan.

Lena and Omar ___ here.

  • am
  • are
Controleer het antwoord

Antwoord: are

am: Deze vorm hoort alleen bij I. Hij kan niet overeenkomen met twee genoemde personen.

are: Twee namen verbonden met and vormen een meervoudig onderwerp, dat are krijgt. De zin zegt waar beide personen zijn. Here heeft geen lidwoord nodig. Laat het werkwoord tussen het onderwerp en here niet weg.

Vraag 5

Maak de zin af voor deze betekenis: zeg tegen de luisteraar dat die bij kamer zes is aangekomen.

___ in room six.

  • You’re
  • Your
Controleer het antwoord

Antwoord: You’re

You’re: De volledige vorm is you are: een onderwerp en een werkwoord in de tegenwoordige tijd, gevolgd door een plaats. De zin vertelt de luisteraar waar die is. Vergeet de apostrof niet, want your is een ander woord, dat bezit aanduidt.

Your: Your duidt bezit aan en heeft een zelfstandig naamwoord erna nodig. Het kan niet you are betekenen, dus de zin zou geen werkwoord hebben.

Vraag 6

Maak de zin af voor deze betekenis: de spreker legt uit dat die mensen in de buurt wonen.

___ my neighbors.

  • Their
  • They’re
Controleer het antwoord

Antwoord: They’re

Their: Their geeft bezit aan. Het kan niet they are betekenen, dus de zin zou geen werkwoord hebben.

They’re: They’re bevat zowel het meervoudige onderwerp als het werkwoord: they are. De woordgroep my neighbors zegt wie die mensen zijn. In veel accenten klinkt they’re als their, dat bezit aanduidt, en there, dat naar een plaats verwijst. Het zijn verschillende woorden met verschillende schrijfwijzen.

Vraag 7

Maak de zin af voor deze betekenis: de spreker ontkent te laat te zijn.

I ___ late.

  • am not
  • don’t am
Controleer het antwoord

Antwoord: am not

am not: Not staat direct na am. Behoud zowel het onderwerp als het werkwoord. De volgorde blijft gelijk als er een langere woordgroep na not volgt, zoals een gevoel, een beroep of een plaats.

don’t am: Do wordt niet gebruikt om een ontkenning met be te maken. Behoud am en zet not er direct achter.

Vraag 8

Maak de zin af voor deze betekenis: de winkels hebben gesloten.

The shops ___ open.

  • isn’t
  • aren’t
Controleer het antwoord

Antwoord: aren’t

isn’t: Dit bevat de enkelvoudsvorm van het werkwoord. Het past bij één winkel, maar komt niet overeen met het meervoudige onderwerp in deze zin.

aren’t: Het onderwerp verwijst naar meerdere winkels, dus de ontkennende samentrekking bevat de meervoudsvorm. Het bijvoeglijk naamwoord wordt hetzelfde gespeld bij één winkel als bij meerdere. Engelse bijvoeglijke naamwoorden krijgen geen meervoudsuitgang.

Vraag 9

Maak de zin af voor deze betekenis: vraag naar het geluidsniveau in de kamer.

___ the room quiet?

  • Is
  • Does
Controleer het antwoord

Antwoord: Is

Is: Eén kamer is het onderwerp, dus de vraag begint met de enkelvoudsvorm Is. Het bijvoeglijk naamwoord quiet blijft na het onderwerp staan. Als onderwerp en werkwoord van plaats wisselen, wordt de mededeling The room is quiet een vraag over hetzelfde idee.

Does: Does heeft een gewoon werkwoord in de basisvorm nodig. Het kan in deze vraag de kamer niet rechtstreeks met het bijvoeglijk naamwoord verbinden.

Vraag 10

Maak de zin af voor deze betekenis: vraag waar de kaartjes zijn.

Where ___ the tickets?

  • is
  • are
Controleer het antwoord

Antwoord: are

is: De meervoudige naamwoordgroep vereist are. Het vraagwoord maakt het daaropvolgende onderwerp niet enkelvoudig.

are: Het vraagwoord Where komt eerst. Daarna komt het werkwoord en dan het meervoudige onderwerp the tickets. Een meervoudig onderwerp krijgt are. Het antwoord is een plaats, geen ja of nee.

Vraag 11

Maak de zin af voor deze betekenis: antwoord ja op de vraag of je klaarstaat.

Yes, I ___.

  • am
  • are
Controleer het antwoord

Antwoord: am

am: De vraag is aan jou gericht, maar je antwoordt over jezelf. Daarom gebruikt het antwoord het onderwerp in de eerste persoon en de bijbehorende werkwoordsvorm. Een bevestigend kort antwoord eindigt met het volledige werkwoord, ook wanneer een langere mededeling een samentrekking kan bevatten.

are: Deze vorm hoort bij you, we of they. Het antwoord gaat over jezelf, dus het onderwerp is I en het werkwoord moet am zijn.

Vraag 12

Maak de zin af voor deze betekenis: antwoord nee op de vraag of Nora thuis zit.

No, she ___.

  • aren’t
  • isn’t
Controleer het antwoord

Antwoord: isn’t

aren’t: Het onderwerp she vereist de enkelvoudsvorm van het werkwoord. Deze meervoudige samentrekking kan daar in het standaardengels niet bij passen.

isn’t: Een ontkennend kort antwoord mag eindigen op de samentrekking isn’t. Het voornaamwoord she verwijst terug naar Nora. Je kunt at home weglaten, omdat de vraag het al noemde.

Vraag 13

Maak de zin af voor deze betekenis: zeg dat zij twintig werd.

She ___ twenty.

  • is
  • has
Controleer het antwoord

Antwoord: is

is: Het Engels gebruikt be voor leeftijd. Het getal kan op zichzelf staan als de betekenis duidelijk is, of je kunt years old toevoegen. Het onderwerp she is derde persoon enkelvoud, dus het krijgt is.

has: Het Engels gebruikt has niet voor leeftijd. Has duidt bezit aan, dus het heeft een lijdend voorwerp nodig: iets wat zij bezit.

Vraag 14

Maak de zin af voor deze betekenis: zeg dat de groep waar je bij hoort meestal vroeg aankomt.

We ___ early.

  • usually are do
  • are usually
Controleer het antwoord

Antwoord: are usually

usually are do: Dit voegt een extra hulpwerkwoord, do, toe na de vorm van be. De mededeling heeft alleen het onderwerp, het werkwoord are en het frequentiewoord usually nodig.

are usually: Een frequentiewoord zoals usually staat normaal na het hoofdwerkwoord be. De zin beschrijft een gewoonte, maar de werkwoordsvorm verandert niet. Voor een groep waarvan de spreker deel uitmaakt, is het onderwerp we, dat are krijgt.

Houd het gesprek gaande

Wat je hierna kunt oefenen

Ga na een pauze terug naar je eigen voorbeelden hierboven en doe elke opdracht opnieuw zonder naar de modellen te kijken. Vergelijk de betekenis en de vorm met de modellen en verbeter elke fout door de oorzaak uit te leggen. Gebruik daarna een van je zinnen in een kort gesprek dat je zelf bedenkt.

Door Loquus ·

Bronnen

Leeronderzoek achter de oefeningen

De activiteiten zijn gebaseerd op uitgewerkte voorbeelden, het actief ophalen van kennis en latere herhaling. Deze studies tonen niet aan hoe effectief deze specifieke les is.

Vragen en gesprek

Deel een vraag, een voorbeeld of je feedback. Gebruik een weergavenaam in plaats van persoonlijke gegevens. Namen zijn niet geverifieerd. Reacties en antwoorden verschijnen na moderatie.

Je naam, reactie en het tijdstip van inzenden worden opgeslagen voor moderatie en publicatie. We vragen niet om je mailadres. Om spam te helpen beperken, bewaren we tijdelijk een gecodeerde identificatiecode voor misbruikpreventie. Goedgekeurde reacties blijven openbaar totdat ze worden verwijderd. Neem contact op met Loquus ondersteuning om verwijdering aan te vragen.

Loquus in jouw taal

Kies de taal van de website